Een beloning voor de waarde die we leveren; dat is heel hard schrikken voor de meesten mensen. Maar waarom eigenlijk? Zijn ze soms bang dat ze hun baan kwijtraken? Zijn ze bang dat ze in hun huidige functie de organisatie te weinig waarde leveren om hun salaris te rechtvaardigen? Of wordt op grote schaal te weinig de vraag gesteld: ‘Hoeveel waarde lever ik?’ Dat is niet per definitie hetzelfde als het salarisbedrag waarvoor de functie op de loonschaal staat. Een deel van de werknemers levert (veel) meer waarde dan het salaris, een ander deel (veel) minder.
Dit stellen Martijn Aslander en Erwin Witteveen in hun boek Easycratie. Een koort stukje hieruit.
In veel organisaties bestaan functies die ooit in het leven zijn geroepen omdat ze nodig waren, maar waarvan de noodzaak inmiddels achterhaald is. Vaak blijven ze nog geruime tijd bestaan, omdat deze functies verankerd zijn in de hiërarchische organisatiestructuur. De werknemers die deze functies vervullen, zijn welbeschouwd voornamelijk bezig met het in stand houden van de functie. Het zijn vooral deze functies waarin de bureaucratie wordt gecreëerd.
Gek eigenlijk, want als een loodgieter of glaszetter klaar is met zijn werk, dan vertrekt hij en stuurt een factuur. Dan blijft hij niet nodeloos rondhangen. Maar functies in een organisatie, of hele afdelingen, of complete organisaties, zeggen maar zelden dat het werk klaar is. Dat is een rechtstreeks gevolg van het systeem van vaste banen met een vast salaris.
Geld voor waarde in plaats van geld voor tijd heeft voor onlosmakelijk gevolg dat functies die een negatieve waarde opleveren, geschrapt zullen worden, en dat voor functies die te weinig waarde opleveren het salaris naar beneden zal worden bijgesteld. Dat klinkt misschien heel hard, maar het is niet wezenlijk anders dan een koopman die failliet gaat omdat hij waardeloze spullen levert.
Voor werknemers in loondienst ligt dit gevoeliger. Gedurende de industriële revolutie is in vrij brede maatschappelijke kring het idee gegroeid dat de vaste baan en het vaste salaris tamelijk heilig zijn. Het is niet sociaal om hieraan te tornen, vinden velen. Waarbij de vraag onbeantwoord blijft of het dan wél sociaal is om mensen jarenlang werk te laten doen wat geen waarde oplevert. Door het accent te verschuiven naar de geleverde waarde, zullen bedreigde werknemers zich gaan afvragen hoe zij in de huidige functie hun werkzaamheden kunnen veranderen om de organisatie voldoende waarde te kunnen leveren om hun salaris te rechtvaardigen. Of zullen ze andere functies binnen de organisatie gaan zoeken waar ze méér waarde kunnen leveren óf andere functies binnen een andere organisatie. Desnoods in een heel nieuw beroep, als ze in het huidige beroep onvoldoende waarde kunnen leveren.
Dat kan voor de individuele werknemer een financiële achteruitgaan betekenen, maar daar staat tegenover dat mensen over het algemeen meer levensgeluk ervaren als zij werk uitvoeren dat ze als zinvol ervaren. Werk dat geen waarde oplevert, kan moeilijk als zinvol worden ervaren. Anders gesteld: hoe gelukkig zal een werknemer zijn als hij een goed salaris verdient als chef Telexkamer, terwijl er al jarenlang geen enkele telex meer is binnengekomen?
Bedenk nog eens wat jouw toegevoegde waarde in het werk is. Fijne (werk)dag!